HOE WERKT EEN TURBO?
Basis werking van een viertakt dieselmotor
De meeste lezers
weten wel hoe een dieselmotor werkt, maar hier toch voor diegenen, welke deze
kennis niet hebben, een beknopte beschrijving van de basisprincipes, om ook de
functie en werking van de turbo in het totale motorconcept beter te kunnen
begrijpen.

Een dieselmotor is een
zogenaamde zelf ontbrander.
Lucht
wordt onder hoge druk samengeperst in de cilinder, waar tevens brandstof wordt
ingespoten, welke door de hoge compressietemperatuur tot zelfontbranding komt
en de zuiger naar beneden drukt in de cilinder.
Deze
neerwaartse kracht wordt via een drijfstang en excentrische kruktap overgebracht op de krukas
en zo omgezet in een draaiende kracht .
Het
grootste verschil met een benzinemotor is, dat het diesel/luchtmengsel vanzelf ontsteekt en
er dus geen aparte ontstekingsinrichting nodig is.
Er
is wel altijd een inspuitmechanisme nodig, in de vorm van een hogedruk-inspuitpomp
en verstuivers, of bij de wat modernere motoren met directe inspuiting, onder
zeer hoge druk via injectoren.
Als
lucht tot hoge druk wordt samengeperst, wordt deze sterk verhit.
Zelfs
tot zodanig hoge temperaturen, dat de onder hoge druk ingespoten brandstof
spontaan tot zelfontbranding komt.

1) inlaat-slag 2) compressie-slag
3)
arbeids-slag 4) uitlaat-slag
We onderscheiden
4 verschillende slagen van de zuiger in de cilinder;
De inlaat-slag
(1)
(zuiger ↓), waarbij door de
geopende inlaatklep bij een dieselmotor uitsluitend lucht wordt aangezogen.
De
compressie-slag (2)
(zuiger ↑), waarbij de
lucht wordt samengeperst (gecomprimeerd). Door de hoge compressieverhouding van
een dieselmotor wordt de gecomprimeerde lucht heet genoeg (700 à 900°C) om de
brandstof spontaan te laten ontbranden. Zowel in- als uitlaatklep zijn dan
gesloten.
De
zelfontbrandingstemperatuur van diesel is 320 à 360°C. Aan het einde van de
compressieslag wordt de brandstof ingespoten. De verbranding produceert een
gasmengsel van 60 à 180 bar bij een temperatuur van 2000 à 2500 °C.
De arbeidsslag (3)
(zuiger
↓): de zuiger
wordt door de ontstane hoge verbrandingsdruk naar beneden geduwd.
De uitlaatslag (4)
(zuiger
↑): de
uitlaatgassen ontsnappen door de nu geopende uitlaatklep, geholpen door de
omhooggaande zuiger.
De
eerste 2 slagen gebeuren bij 1 omwenteling van de krukas. Bij de volgende
omwenteling worden de opvolgende 2 slagen gemaakt.
Omdat
elke op- of neergaande beweging van de zuiger een slag genoemd wordt, noemt men
dit dus een vierslag- of viertaktmotor.
De stroom hete uitlaatgassen, welke bij een normaal
aangezogen motor via het uitlaatspruitstuk richting uitlaatsysteem verdwijnt,
wordt nu dus gebruikt om een tussen het uitlaatspruitstuk en uitlaatsysteem
gebouwde turbine (van de turbo) aan te drijven.
Hoe werkt een
motor
Hoe werkt een
turbo
HOE WERKT EEN TURBO?
Schematische voorstelling van
een dieselmotor met turbo
1 Compressor inlaat 2 Compressor uitlaat 3
Interkoeler 4 Inlaatklep 5 Uitlaatklep 6 Turbine inlaat 7 Turbine uitlaat
De
onderdelen, die een typisch turbo dieselmotor systeem omvat zijn:
1)
De luchtinlaat, waar de buitenlucht in de turbo wordt gezogen.
2)
Deze lucht wordt dan samengeperst naar een hogere luchtdichtheid
(volume/massa). De temperatuur van de aangezogen lucht is gelijk aan de
buitenlucht temperatuur. Omdat het samenpersen van lucht de luchttemperatuur
altijd verhoogt, verlaat de samengeperste lucht de compressor van de turbo met
temperaturen van 200 graden Celsius en zelfs hoger bij hoog opgeladen motoren.
3)
Diverse tractorpulling klassen mogen een luchtkoeler gebruiken (inter-koeler)
welke de ladingslucht koelt en zo de luchtdichtheid vergroot en dus tevens de
hoeveelheid zuurstof in dezelfde massa aan luchtvolume.
4)
Hierna wordt de lucht door het inlaatspruitstuk en via de inlaatklep in de
cilinder van de motor geleid, welke een vast slagvolume heeft. Omdat de
toegevoerde lucht een hogere luchtdichtheid heeft, kan elke cilinder een
verhoogde massa aan luchtvolume binnen zuigen. Een verhoogde massa luchtvolume
geeft de mogelijkheid ook een verhoogde
hoeveelheid brandstof in te spuiten (bij gelijkblijvende lucht/brandstof
verhouding). Verbranding van meer brandstof resulteert in meer vermogen bij een
gelijkblijvend slagvolume.
5)
Nadat de brandstof is verbrand in de cilinder, worden de verbrande gassen
tijdens de uitlaatslag van de cilinder via de uitlaatklep naar het uitlaat spruitstuk
gevoerd.
6)
De hete uitlaatgassen worden dan in de turbine van de turbo geleid. In de turbine ontstaat een tegendruk, het gevolg is
dat de uitlaatdruk van de motor hoger is dan de atmosferische druk.
7)
Door hitte expansie in de turbine van de turbo ontstaat een heftige druk- en
temperatuurverlaging. De vrijgekomen kinetische energie drijft te turbine met
kracht aan, welke nodig is om de compressor aan te drijven.


EEN TURBO
BESTAAT UIT 3 HOOFD GEDEELTEN
Turbine gedeelte Turbinehuis
en As+turbinewiel
Compressor
gedeelte Compressorwiel
en compressorhuis
Centrale
gedeelte Lagerhuis
met lagersysteem

Tekening opengewerkte turbo

TURBINE
GEDEELTE
Het
turbine gedeelte bestaat uit 2 hoofd componenten
Turbinehuis Het
turbinehuis is door middel van bouten aan het uitlaat spruitstuk van de motor
bevestigd. De uitlaatgassen drijven het turbinewiel aan, wat in het turbinehuis
is gepositioneerd. Uitlaattemperaturen lopen op tot 1100 graden Celsius bij
Truck- en Tractorpulling toepassingen.
Turbinewiel+as Het
turbinewiel is door frictie gelast aan een gesmede stalen as, welke weer het
compressorwiel aandrijft, dat aan de andere zijde van de as is gemonteerd
en vastgezet met een borgmoer.


De hitte-energie, druk en
stroming van de uitlaatgassen drijven het turbinewiel aan, wanneer deze door
het turbinehuis worden gevoerd. De hete uitlaatgassen passeren een opening van
een vooraf bepaalde diameter in het turbinehuis (turbine doorlaat opening).
Nadat de hete uitlaatgassen
de turbine doorlaat opening zijn gepasseerd, komen deze in een grotere ruimte
en zetten hierdoor heftig uit. De kinetische energie die vrijkomt door
hitte-expansie, temperatuur- en drukval drijven het turbinewiel tot hoge
snelheid op. Wanneer de motortoeren toenemen en daar door een grotere
hoeveelheid uitlaatgassen de turbine doorlaat opening passeren, zal de snelheid
van zowel turbinewiel, als het aan de as bevestigde compressorwiel toenemen. Het resultaat is verhoogde
luchtdruk en massa luchtvolume naar de cilinders van de motor.
(de blauwe pijl geeft de positie van de turbine
doorlaat opening aan).

Turbinewiel
+ as
COMPRESSOR
GEDEELTE
Het
compressor gedeelte bestaat uit 3 hoofd componenten.
Compressorwiel (Impeller) Wanneer het compressorwiel draait,
wordt lucht vanuit de buitenlucht in de compressor gezogen. De lucht wordt
samengeperst en onder druk naar de cilinders van de motor gevoerd.
Compressorhuis Het
compressorwiel is in het compressorhuis gepositioneerd. De luchtspleet tussen
de rondingen van het wiel en in het compressorhuis is klein en volgens
nauwkeurige toleranties uitgedraaid, om een zo hoog mogelijk compressor
rendement te bewerkstelligen.

Foto’s van
enkele componenten

Compressorhuis Compressorwiel
Verstrooier
Het compressor
gedeelte is zodanig geconstrueerd, om een luchtstroom van lage druk en hoge
snelheid en turbulentie om te zetten en te vertragen tot een stabiele
luchtstroom van hoge druk en lage luchtsnelheid. Dit wordt bereikt door een
verstrooi (demping) systeem. Dit is een luchtspleet van bepaalde hoogte tussen
de vlakke binnenwand van compressorhuis en daar tegenover de vlakke zijde van
het Lagerhuis.

CENTRALE
GEDEELTE
In het
centrale lagerhuis is het lager systeem gehuisvest, wat bestaat uit 2 radiale
glijlagers, welke op een oliefilm vrij ronddraaien, plus 1 stilstaand
axiaallager. De radiale glijlagers zijn vervaardigd van brons, koper of
messing. Het axiaallager is vervaardigd van fosforbrons of gesinterd ijzer.
Alle lagers worden gesmeerd en gekoeld door de motorolie.
De dikte
van de oliefilm rond het lagerwerk is 0.008 tot 0.015 mm, de dikte van een
menselijke haar. Alle lagers zijn onderhevig aan hoge temperaturen, welke in
zowel het turbine- als compressor gedeelte worden ontwikkeld en door geleiding
ook het lagerhuis en lagermateriaal verhit. Bovendien moet het lagersysteem
omgaan met droge starts, vervuilingen in de smeerolie en stopzetten van de
turbo bij hete motor.

LAGERSYSTEEM
EN SMERING
Het
lagersysteem van de turbo is een integraal onderdeel van het smeringsysteem van
de motor. De smeerolie wordt door de oliepomp van de motor onder druk in het
lagerhuis en naar zowel de radiale glijlagers als het axiaallager.
Het lagersysteem is een
zogenaamd hydrodynamisch lagersysteem, 2 ronddraaiende glijlagers roteren zowel
op de as, als binnen de boringen in het lagerhuis, om de radiale
rotorbewegingen en vibraties op te vangen.
Om de axiale
rotorbewegingen op te vangen, is aan de compressorzijde in het lagerhuis een
niet meedraaiend axiaallager vast gemonteerd. De smering van het axiaallager is
zodanig verzorgd, dat het axiaallager aan de onderzijde ondersteund wordt door
een stalen axiaallager-ring. Aan de bovenzijde door het lagervlak van een eveneens
stalen zuigerveerbus. In verband met de nauwe toleranties en hoge axiale
belastingen van de rotor, worden beide onderdelen speciaal gehard en worden de
vlakken, welke tegen het axiaallager zijn gemonteerd, op maat gepolijst.
Nogmaals dient vermeld te worden,
dat het totale smeringsysteem wordt verzorgd met een zeer dunne oliefilm. Het
resultaat is, dat de complete rotor, zowel radiaal als axiaal, vrij rond draait op een dunne oliefilm, een
zogenaamd ‘zwevend’ lagersysteem.
Lager systeem en smering

Foto’s van enkele componenten

Glijlagers Axiaallager Axiaallager-ring
Zuigerveerbus


Lagerhuis Hitteschild
OLIE AFDICHTING - ZUIGERVEREN
Aan beide zijden van de
rotoras zijn afdichtingen van het type zuigerveer gemonteerd. Aan de
turbinezijde in een zuigerveergroef op de asstomp achter het turbinewiel. De
zuigerveer draait niet mee en zit geklemd in een boring van het lagerhuis. Aan
de compressorzijde is de zuigerveer gemonteerd in de groef van een
zuigerveerbus en zit geklemd in de boring van een olieschild, achter het
compressorwiel.
De zuigerveren zijn geen
typische oliekeer ringen. De hoofdzakelijk functie is om ventilatie van zowel
uitlaatgassen, als lucht uit de compressor, naar de binnenzijde van het
lagerhuis te voorkomen. De smeerolie vanuit
de motor bereikt de roterende glijlagers onder druk, waardoor de olie met lucht
wordt vermengd, wat resulteert in een romige substantie. Daarom moet de olie, na het passeren van de
lagers, in het carter van het lagerhuis zijn normale viscositeit terug krijgen
en dan drukvrij, zonder enige restrictie, via de olie-retourleiding naar het
motorcarter kunnen vloeien.
De zuigerveer afdichtingen
functioneren dus maar voor een deel als olie afdichting, de olie afdichting
wordt hoofdzakelijk verzorgd door de positieve drukken in zowel het compressor-
als turbine gedeelte.

(Vergroot in de cirkels een beeld van de zuigerveer
toepassing)
Foto’s van enkele componenten

Zuigerveren
Zuigerveerbus Olieschild
compressor